Geschiedenis
Profvoetbal in Heerlen en stadion Kaldeborn
Research door Joost Voncken
Heerlenaar Egidius Joosten was de grondlegger van het betaalde voetbal in Nederland en richtte zijn eigen club op, Fortuna ’54. Aangezien in Heerlen geen complex voorhanden was en alleen Geleen wilde meewerken werd het Maurtisstadion de thuishaven. Daar schitterden de grootste sterren en als ze niet in Limburg waren dan waren ze op reis door Europa als de voetbalversie van de Harlem Globetrotters.
Ook in Heerlen werd door Joosten de aanzet gegeven tot het oprichten van een profclub, maar door het gebrek aan een stadion moest het splinternieuwe Gemeentelijke Sportpark aan de Kaalheide in Kerkrade als thuishaven dienen. Rapid ’54 plukte alle goede voetballers weg bij Bleijerheide maar fuseerde later met Juliana tot Rapid JC. Teleurgesteld vonden Bleijerheide en sv Kerkrade elkaar en gingen samen voort als Roda Sport.
Blijft over een centrumstad met meer inwoners dan de omliggende dorpen bijeen zonder sportstadion. Tevens de grootste Nederlandse stad zonder betaald voetbalorganisatie. Al direct na het oprichten van de Heerlense Sportstichting in 1950 wordt er gefluisterd over een stadion in de gemeente. De plannen voor de aanleg van een sportpark fungeren echter jarenlang als begrotingslectuur. Maar, zo meldt het LD van 27 maart 1954, de ontwikkelingen in het Nederlandse Voetbal hebben deze plannen weer tot leven gewekt. Vooral het spelen van Rapid in Kerkrade doet veel pijn bij de Heerlense volksvertegenwoordigers. Een klein jaar later is het zover, de Sportraad kondigt op 27 februari aan dat het sportpark en stadion er daadwerkelijk gaan komen. Als 25 juli de aankoop van gronden van de Oranje Nassaumijn word bevestigd kan de architect worden ingeschakeld. Het sportpark moet gaan komen op de Molenberg, aan de Kerkradraderweg in de Caumervallei. De gedupeerde staten keuren goed dat de gemeente fl. 750.000 aan het project besteden. De terreinen zullen circa tien velden gaan bevatten voor voetbal, volleybal, tennis en hockey. Tevens wordt er gedacht aan een bobsleebaan en sporthal. Het bouwbedrijf van Egidius Joosten krijgt de eer om het geheel te bouwen.
Begin januari 1957 is de kogel bijna helemaal door de kerk en het door Heerlenaar GHM Holt voorgestelde plan voor de indeling wordt met gejuich ontvangen. Pas op 2 augustus keurt de gemeenteraad het plan van de architect goed terwijl de voorbereidingen in dit geval de afgravingen al een jaar aan de gang zijn. Als eerste zal het speelveld worden klaargestoomd en pas daarna zullen de tribunes gebouwd worden. Ook komt nu ook voor het eerst de vraag naar boven, wie zal er in het stadion gaan voetballen? VVH ’16 wordt hierbij als belangrijkste kandidaat gezien aangezien de centrumclub al jarenlang een vast onderkomen zoekt. In 1959 verhuisd VVH ‘16 alvast naar een van de bijvelden van het stadion. Van datzelfde stadion staat dan nog geen paal overeind.
Het waarom is onduidelijk maar pas in juni 1961 verschijnen er wederom berichten in de krant omtrent de bouw van het stadion. Dan wordt gemeld dat binnen een jaar het stadion gereed zal zijn. In december 1961 wordt in het Limburgs Dagblad de tekening van het complex getoond waarvan het stadion het hoofdonderdeel moest worden. Ook wordt hier gesproken van een einddatum van de werkzaamheden. In juni 1962 moet het af zijn en de gemeente is in onderhandeling met twee verschillende eredivisieclubs om ze te verleiden om naar Heerlen te verhuizen. Bij de bouw van het stadion is voor talloze onderdelen advies van de KNVB ingewonnen, het nieuwe stadion is daarmee na voltooiing een van de modernste in Nederland.
Voor het stadion is er gekozen om er geen sintelbaan in te leggen, hierdoor zouden de mensen dichter op het veld moeten zitten. Het is daarom ook vreemd te merken dat het een vierkant stadion is. In plaats van een sintelbaan wordt er namelijk een pad langs het veld gelegd, zodoende kunnen er ook muziekconcoursen en taptoes gehouden worden. Op zaterdag 13 juli wordt er officieus geopend. Een grote sportdag waaraan het Heerlense publiek mag meedoen vormt de opening. Er wordt gehandbalt, gehockeyed en met de KNVB is men in onderhandeling om een wedstrijd tussen Eredivisieploegen te laten plaatsvinden. Dat laatste gaat niet door en er wordt een Heerlense derby gespeeld.
Dan wordt het weer twee jaar rustig. Het stadion is nog een maal gastheer van de gemeentelijke sportdag maar verder staat het voornamelijk leeg. De tweede fase van de bouw van het complex houdt in dat er een tribune wordt gebouwd en dat de infrastructuur wordt afgemaakt. Het gaat een jaar duren en moet klaar zijn in juni 1965. Ruim tien jaar na de eerste serieuze plannen moet dan eindelijk het echte stadion klaar zijn. VVH ’16 voetbalt inmiddels al sinds 1963 in het stadion. Op 23 oktober 1964 maakt “De Nieuwe Limburger” melding van de voltooiing van de overkapping van de tribune. Een week later worden de plannen voor de aanleg van een hoofdgebouw gepresenteerd. Het krijgt drie verdiepingen. Onderin 6 kleedkamers, daarboven een restaurantruimte met terras een direct toegang tot de tribune via een bruggetje. De kleedkamers dienen ook voor de andere nog steeds te realiseren complexen. In februari 1965 is te lezen dat de bouw van het fl. 200.000 kostende kleedkamergebouw flink opschiet, ook worden de aangepaste plannen getoond. In de derde fase van het bouwtraject dienen nu de andere velden te worden aangelegd Op 29 april van dit jaar gaat dan werkelijk het stadion echt open. Fortuna ’54 dat zijn einde nadert gaat oefenen tegen het Militair Elftal. De zittribune voor 1350 personen is dan voor het eerst volledig vol.
Of deze wedstrijd ooit is doorgegaan blijft ongewis want op 25 juni 1965 kopt het LD: “Stadion in Heerlen spoedig in gebruik’ daarmee verwijzende naar de NATO-taptoe die er zal worden gehouden. Het stadion kan in 1965 25.000 mensen huisvesten, wat opvalt is dat in alle krantenartikelen over het stadion dit als minimumcapaciteit wordt gebracht. Doordat het stadion is ondergegraven in een kuil en er alvast rekening mee is gehouden kan het eenvoudig worden uitgebreid tot 50.000 plaatsen. Het blijft wederom heel lang stil rond het stadion, en stuitte ik op volgend artikel: ‘Bestaansrecht profclub niet bewezen’ ‘ In antwoord op vragen van raadsleden zeggen B en W van Heerlen dat het bestaansrecht van profvoetbal in Heerlen op het niveau van de Eredivisie nog lang niet bewezen is.’ ‘Weliswaar trokken voetbalwedstrijden van niveau in het stadion Kaldeborn een redelijk aantal bezoekers, maar dit aantal was van dien aard dat de vraag blijft of de organisatoren van deze evenementen (met name Standaard Luik – PSV) het experiment zullen herhalen’ Volgens het college van Heerlen mag onder de in Zuid-Limburg al vele jaren bestaande semiprof-voetbalsituatie de vestiging van een club in Heerlen alleen voortvloeien uit de noodzakelijke of voor een deel verplichte sanering. Ook vinden B en W dat de aanwezigheid van een club van belang is voor een veel groter woongebied dan dat van Heerlen en directe omgeving. Thuiswedstrijden van een dergelijke club moeten gespeeld worden waar dit zakelijk gezien het meest verantwoord is. Het college belooft wel te onderzoeken op welke wijze de toeschouwerscapaciteit van het sportpark Kaldeborn kan worden benut.’ Tot zover de officiele berichtgeving.
In 1967 werd voetbalvereniging Vrusschemig in de armen van VVH ‘16 gedreven bij gebrek aan een goede accommodatie. De twee fuseerden samen tot Heerlen Sport en die club bespeelde jarenlang het stadion. Tevens was het Zwaluwen jeugdtoernooi te gast in 1967. Ook de limburgse afdeling van de KNVB en de Limburgse Voetbalbond waren zeer in zijn nopjes met het stadion, het werd jaarlijks veelvuldig gebruikt om beslissingswedstrijden tussen de amateurs te laten spelen. Zulke wedstrijden trekken veel publiek en daarvoor was het stadion uitermate geschikt. Op het einde van het seizoen 1966-1967 trokken bijvoorbeeld 10.000 mensen naar het stadion voor de beslissingswedstrijd in 3B tussen rkvv Vijlen en Heilust. Daar het eerste duel gelijk eindigden kwam er een tweede wedstrijd waar wederom 10.000 toeschouwers waren.
Of er van de verdere plannen nog iets terecht is gekomen is niet helemaal duidelijk. Waar de sintelbaan geprojecteerd was en het bijveld lag waar VVH '16 ooit speelde liggen nu enkele tennisbanen en op het deel waar het honkbalveld moest komen liggen nu drie tennishallen en is een kleiner veld over waar de korfbalclub speelde en waar de cricketclub nu speelt. De oefenvelden voor het voetbal liggen er wel nog steeds maar dat het hockeyveld er ooit geweest is waag ik te betwijfelen. Waarschijnlijk hebben de hockeyers toen het voetbal in het stadion werd gespeeld de oefenvelden mogen gebruiken. In de jaren 80 hebben ze geruild en zijn er in het stadion twee kunstgrasvelden voor het hockey gebouwd. De voetballers kregen een nieuwe kantine en tribune. Tevens is er in 1971 een grote sporthal verrezen op het terrein, deze werd gebruikt door de naastgelegen politieschool en door volleybal en basketbalclubs. In 1983 speelden de volleybalsters er zelfs nog een keer europacup. Later kocht de politieschool de sporthal maar nadat zij deze verlieten staat deze leeg en is hij aan vernieling onderhevig.
Blijft over de vraag of de gemeente niet helemaal gek was om zo’n complex aan te leggen dat nooit heeft mogen dienen voor waar het toe diende en dat nooit ten volle is gebruikt. Ik denk niet dat de gemeente een enorme flater heeft geslagen. In 1954 en ook nog in 1960 was voetbal immens populair en een stad als Heerlen is groot genoeg om een profclub te herbergen, het ging echter mis toen de kolen niet meer nodig bleken en de regio in een vrije val raakten. Wel is de gemeente vijf jaar te laat geweest. Had namelijk Heerlenaar Egidius Joosten in 1954 in Heerlen zo’n stadion voorhanden dan hadden Fortuna ’54 en Rapid ’54 nooit bestaan en was hij een profclub begonnen in Heerlen. Wat er dan was gebeurt met Sittardia, Belijerheide, Juliana en sv Kerkrade is niet te voorspellen.



